Kaderstellen

De raad bepaalt op hoofdlijnen hoe en binnen welke grenzen de stad wordt bestuurd. In de praktijk betekent dit dat de raad het college kan vragen of opdracht kan geven een onderwerp aan te pakken en met een voorstel te komen richting raad. Natuurlijk kan het college van B&W daarvoor ook zelf het initiatief nemen. In bijzondere gevallen kunnen raadsleden het heft in handen nemen en met een eigen initiatiefvoorstel komen. Maar uiteindelijk is het de raad die in meerderheid wel of niet akkoord gaat met een voorstel.

De raad bepaalt de juridische en financiële grenzen waarbinnen het college en de burgemeester besturen.  Bijvoorbeeld onder welke voorwaarden aan wie subsidie mag worden verstrekt en tot welke bedragen (subsidieverordening), hoe hoog de parkeerbelasting mag zijn, waar wel of niet gebouwd mag worden (bestemmingsplannen) en aan welke lokale geboden en verboden de Bredanaars of specifieke groepen zich moeten houden (zoals de Algemeen Plaatselijke Verordening, de APV).

Een belangrijk instrument om kaders te stellen is –en het woord zegt het al- de kadernota die ieder voorjaar door de raad wordt vastgesteld. In deze nota geeft de raad op hoofdlijnen aan waar de aandacht naar uitgaat en waar het geld waarover de gemeente kan beschikken aan moet worden besteed. Voordat de kadernota wordt vastgesteld kunnen maatschappelijke organisaties de raad om aandacht vragen voor bepaalde onderwerpen en het voorstel doen daarvoor geld toe te wijzen. Als de raad zo’n voorstel overneemt wordt dat samen met alle andere zaken in de kadernota vastgelegd en vervolgens in de begroting verder uitgewerkt. De begroting wordt steeds in het najaar vastgesteld.